|
Vroeger hadden wij thuis op een een gegeven moment een vogelkooi met twee parkieten er in. Hoe dat precies zo gekomen was weet ik niet meer, hoewel me vaag iets bijstaat over de mogelijkheid parkieten tam te maken waardoor zij gezellige vriendjes konden worden die de sfeer in huis aanmerkelijk zouden verhogen. Wat er met onze parkieten, een groene en een gele, precies aan de hand was is nooit duidelijk geworden, maar wèl was evident dat zij zich niet wensten te conformeren aan de aan hun soort toegeschreven gedragspatronen. Als een van ons in een poging tot toenadering te dicht in de buurt van de kooi kwam trokken de beestjes zich angstig terug en persten zich dermate hard tegen de achterwand dat men soms associaties met een fritessnijder niet kon onderdrukken. Vriendelijke woordjes en door de tralies aangeboden lekkernijen brachten ook geen verandering in hun schuwe gedrag. Tenslotte lieten we het deurtje van de kooi permanent open staan. Dan konden onze toekomstige vriendjes zelf bepalen wanneer zij met ons in contact wilden treden. Maar het hielp niets en onze gevederde gezinsleden verlieten de kooi nooit en bleven zelfs angstvallig op een zo groot mogelijke afstand van het uitnodigend openstaande deurtje. Na een tijdje hadden we er allemaal genoeg van en lieten de beestjes in hun eigen sop gaar koken. En toen, op een zondagmiddag, was alles ineens helemaal anders. We hadden bami gehaald bij de Chinees, en terwijl we de eerste slierten naar binnen werkten zei mijn vader terwijl hij met zijn vinger naar de kooi wees ineens: Nee maar, moet je nou eens kijken! Wij keken en zagen de vogeltjes broederlijk naast elkaar in de deuropening van hun woning zitten. Zo dicht bij de buitenwereld waren ze nog nooit geweest! En daar bleef het niet bij. Onder onze verbaasde ogen vlogen de beestjes de kooi uit en de kamer rond om daarna op de schouders van mij en mijn zusje te landen. Er klonk zelfs een soort gemompel uit hun snaveltjes terwijl zij tot op dat moment, afgezien van angstig gefladder, nog nooit enig geluid hadden voortgebracht. Even later liepen ze geheel ontspannen over de tafel en lieten zich zelfs oppakken en aaien. De groene schrok er zelfs niet voor terug om op de rand van mijn bord te gaan zitten en een vorkje mee te prikken. Kortom: Wij wisten niet hoe wij het hadden! Zomaar ineens waren de vogeltjes de huisvriendjes geworden die we altijd al wilden hebben. Uitputtend vroegen we ons af welke oorzaken aan deze plotselinge ingrijpende gedragsverandering ten grondslag konden liggen, maar we kwamen er niet uit. Die avond fantaseerde ik in bed over de geneugten die onze herboren kameraadjes in de toekomst nog voor ons in petto konden hebben en de volgende ochtend was ik als eerste op om het contact met hen te verdiepen. Maar dat viel tegen. Want de kameraadjes lagen op de bodem van hun kooi met hun pootjes omhoog. Dood. Ondanks diepgaande analyses zijn we er nooit achtergekomen wat er gebeurd was. Uiteindelijk hielden we het er maar op dat bij ons nu eenmaal alles altijd anders leek te zijn dan bij anderen. Zo hadden de meeste mensen de slaapkamers 'boven', terwijl ze bij ons 'onder' waren. Maar daarover een andere keer.
|